Toespraak van Prof. Bernt Hugenholtz (IvIR) tijdens de launch van de Pilot flexibel rechtenbeheer.

Paul Keller, 24 augustus, 2007

Hieronder de de transcript van de toesprak van Prof. Bernt Hugenholtz (Hoogleraar Auteursrecht, Universiteit van Amsterdam, Directeur, Instituut voor Informatierecht (IViR) ter gelegenheid van de launch van de gezamenlijke pilot van Creative Commons Nederland en Buma/Stemra op 23 augustus 2007 in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam:

Dames & heren,

BUMA en CC: bien étonnés de se trouver ensemble!

Vandaag is een historisch dag in de geschiedenis van het Europese auteursrechtenbeheer – en van de Nederlandse muziekcultuur. Ik ben gevraagd U uit te leggen waarom.

BUMA/STEMRA is een collectieve rechtenorganisatie (of eigenlijk twee) op het terrein van het muziekauteursrecht. Ongeveer iedere Nederlandse muziekauteur (componist of tekstdichter) die professioneel iets voorstelt, is bij B/S aangesloten. B/S sluit ten behoeve van deze auteurs exploitatiecontracten af met een groot aantal muziekgebruikers (omroep, horeca, platenproducenten, enz.), die daardoor het recht krijgen het volledige B/S-repertoire te gebruiken. Dat collectieve beheer is in wezen een prachtig systeem: auteurs hoeven niet individueel met exploitanten te onderhandelen (met het grote risico dat ze ‘genaaid’ worden). En muziekgebruikers kunnen op één adres terecht voor een wereldrepertoire aan muziek. (B/S vertegenwoordigt namelijk ook een groot aantal buitenlandse organisatie in Nederland.) Iedereen blij dus.

Wil dit systeem werken dan moet B/S natuurlijk wel over de rechten van de aangesloten auteurs beschikken. Daartoe dienen de aansluitcontracten, waarvan de belangrijkste bepaling inhoudt dat de exploitatierechten van de auteurs aan B/S worden overgedragen. Auteurs betalen voor de voordelen van collectief beheer (en die zijn aanzienlijk: B/S is voor vele muziekauteurs de belangrijkste bron van inkomsten) dus een prijs: ze zijn een belangrijk deel van hun auteursrechten kwijt.

Dat is meestal geen probleem (B/S doet immers de exploitatie), maar soms wel, bijvoorbeeld als de auteur buiten BUMA om over z’n eigen werk wil beschikken. Ik geef twee voorbeelden. De auteur wil eigen muziek op z’n eigen website plaatsen. En de auteur wil pro bono meewerken aan een compilatie-CD ter gelegenheid van het aanstaande 20-jarige bestaan van het Instituut voor Informatierecht (IViR).

‘Buiten BUMA om’: dat was en is in de wereld van het collectieve rechtenbeheer lange tijd een groot taboe. Collectief beheer staat of valt met onderlinge solidariteit. Als auteurs buiten de rechtenorganisatie om hun rechten individueel zouden exploiteren, bleef van het ‘samen staan we sterk’ idee dat aan het collectief beheer ten grondslag ligt weinig over.

Enter Creative Commons. CC is een van oorsprong Amerikaans initiatief, dat er op gericht is om auteurs (van alle mogelijke pluimage: muziekauteurs, filmmakers, fotografen, tekstschrijvers, muzikanten) de tools in handen te geven om hun werken maximale verspreiding te geven, en daarmee een culturele ‘commons’ te voeden – zonder daaraan geld te verdienen. Voor sommige (maar lang niet alle) auteurs kan het aantrekkelijker zijn om hun werken met anderen – onder bepaalde voorwaarden – vrij te delen dan ze commercieel te exploiteren. Geen ‘all rights reserved’, maar ‘some rights reserved’ dus. CC staat, zou je kunnen zeggen, voor ‘Copyright Lite’.

De tools van CC zijn elektronische standaardlicenties die auteurs aan hun werken kunnen koppelen, waardoor potentiële gebruikers onmiddellijk kunnen zien dat het werk in kwestie – binnen zekere grenzen (alleen niet-commercieel bijvoorbeeld) – mogen worden gebruikt.

Het BUMA-CC probleem begint zich af te tekenen. BUMA verwacht van haar auteurs overdracht van rechten. CC nodigt auteurs uit hun auteursrechten ‘lite’ uit te oefenen. Maar daarvoor is het wel noodzakelijk dat de auteurs zelf nog over hun auteursrechten beschikken.

Reeds enkele jaren geleden bij de launch van CC-NL (een samenwerkingsverband van NL Kennisland, Stichting De Waag en het IViR) bleek dat een aantal aangeslotenen van B/S graag van CC gebruik wilden maken, maar dat dat door de bestaande aansluitvoorwaarden van B/S niet kon. Een probleem dat door B/S al snel werd onderkend. Op 13/1/2006 verraste B/S de Nederlandse muziekwereld met de aankondiging van het project ‘FlexCo’ (Noorderslag). Ik was erbij en blij verrast.

Niet lang daarna is een gezamenlijke B/S CC werkgroep aan de slag gegaan, die na ruim anderhalf jaar creatief onderhandelen en doordenken tot deze pilot is gekomen.

Beide partijen verdienen voor dit resultaat een groot compliment:

BUMA laat zien dat ze een van de meest forward looking rechtenorganisaties in Europa is. Onderhandelingen tussen zusterorganisaties en CC-chapters in andere landen zijn gaande, maar deze samenwerkingsovereenkomst is echt de eerste. Deze pilot is dus een Europese primeur. Daarmee positioneert BUMA zich in de Europese concurrentiestrijd als een niet-dogmatische, flexibele en auteursvriendelijke rechtenorganisatie. Hopelijk zullen buitenlandse auteurs dit signaal herkennen en zich massaal naar BUMA laten overschrijven.

En CC laat zien dat ze oog heeft voor de realiteit van de commerciële muziekexploitatie, waarin het collectieve beheer nog lange tijd een centrale rol zal innemen. En dat ze pragmatisch tot compromissen weet te komen met een organisatie die een minder idealistische kijk heeft op het auteursrecht. Ook voor CC is dit een prachtig resultaat: de tools van CC zijn nu eindelijk ook beschikbaar voor de professionele Nederlandse muziekauteur. Daarmee worden het toepassingbereik en het belang van de CC-licenties in één klap enorm vergroot, evenals de impact ervan op de Nederlandse cultuur. En daar gaat het CC uiteindelijk om.

Bernt Hugenholtz
Hoogleraar Auteursrecht, Universiteit van Amsterdam
Directeur, Instituut voor Informatierecht (IViR)

Leave a Reply