Creative Commons en het auteursrecht

Sinds 2004 zijn de Nederlandse versies van de Creative Commons-licenties beschikbaar.1 In dit artikel van Nynke Hendriks zal een beeld worden geschetst van het ontstaan en de onderliggende ideeën van Creative Commons. Verder zal worden ingegaan op de doelgroep van Creative Commons, het gebruik en de inhoud van de licenties en de omzetting naar Nederlands recht.

Mr. N.A.H. Hendriks heeft in samenwerking met prof. mr. P.B. Hugenholtz de Creative Commons-licenties omgezet naar Nederlands recht voor het Instituut voor Informatierecht (IViR), Universiteit van Amsterdam. Met dank aan prof. mr. P.B. Hugenholtz voor zijn suggesties voor en commentaar op dit artikel. De oorspronkelijke versie van dit artikel verscheen in nummer 1/2006 van ‘AMI – tijdschrijft voor Auteurs-, Media-, & Informatierecht’.

1. Creative Commons in Nederland: flexibel auteursrecht

Creative Commons is in 2001 opgericht in de Verenigde Staten en biedt licenties aan die schrijvers, filmmakers, fotografen etc. de mogelijkheid bieden om met behoud van hun auteursrechten werken (via het internet) te verspreiden en ter beschikking te stellen voor hergebruik door derden. De afgelopen jaren zijn de Amerikaanse licenties in steeds meer landen in gebruik genomen en omgezet naar het nationaal recht van de betreffende landen. Er zijn op dit moment wereldwijd ongeveer 14 miljoen websites die verwijzen naar een Creative Commons-licentie.2

Creative Commons biedt (gratis) zes standaardlicenties aan waarmee een licentiegever werken ter beschikking kan stellen aan derden. De zes licenties bevatten elk een of meer van de volgende voorwaarden: de licentienemer mag een werk wel of niet voor commerciële doeleinden gebruiken, hij mag wel of geen bewerkingen maken van het werk en hij is wel of niet verplicht om de bewerkingen van het in licentie gegeven werk onder dezelfde licentievoorwaarden aan te bieden aan derden.

2. Het gedachtengoed van Creative Commons

2.1 Het ontstaan van Creative Commons

Creative Commons is ontstaan als reactie op bepaalde ontwikkelingen binnen het Amerikaanse auteursrecht: de toenemende concentratie van auteursrechten in de handen van enkele grote marktpartijen en daarmee gepaard gaande strengere regelgeving in het algemeen en de meest recente verlenging van de duur van het auteursrecht in het bijzonder.

In 1998 heeft het Amerikaanse Congres de Copyright Term Extension Act aangenomen waarin de auteursrechtelijke bescherming van werken is verlengd.3 De duur van het auteursrecht voor natuurlijke personen werd daarmee verlengd van 50 p.m.a. tot 70 p.m.a. en de duur van het auteursrecht voor rechtspersonen van 75 jaar tot 95 jaar.

In de zaak Eldred v. Ashcroft4 werd door Eldred (tevergeefs) de grondwettelijkheid van deze verlenging aangevochten voor het Amerikaanse Hooggerechtshof. Zowel Eric Eldred als Lawrence Lessig, hoogleraar informatierecht (Stanford University) en raadsman van Eldred in bovengenoemde zaak, behoren tot de oprichters van Creative Commons.5 Zij beschouwden de verlenging vooral als een poging om zoveel mogelijk werken zo lang mogelijk buiten het publieke domein te houden. De aldus ontstane bedreiging van het publieke domein raakt aan de kern van het gedachtegoed van Creative Commons.6

Van de meeste auteursrechtelijk beschermde werken wordt geen gebruik gemaakt gedurende de gehele beschermingduur. Veel werken worden zodoende slechts door de werking van het bestaande auteursrechtelijke regime buiten het publieke domein gehouden. Volgens de oprichters van Creative Commons is het feit dat zoveel werken zo lang buiten het publieke domein blijven een obstakel voor de ontwikkeling van nieuwe werken uitgaande van de gedachte dat nieuwe werken voortbouwen op bestaande werken.

De oprichters van Creative Commons benadrukken daarnaast dat ook andere ontwikkelingen in de afgelopen decennia ervoor hebben gezorgd dat het publieke domein onder toenemende druk is komen te staan. De afschaffing in de VS van het registratiesysteem van auteursrechten (1976) en de daarmee gepaard gaande automatische toekenning van auteursrechten heeft bijvoorbeeld tot gevolg gehad dat er op aanzienlijk meer werken in de VS auteursrechten rusten.

Verder heeft de komst van het internet tot strengere auteursrechtelijke regulering geleid. Dankzij het internet is het publieke domein plotseling bijzonder toegankelijk geworden en is het zeer gemakkelijk om gebruik te maken van andermans werken. Creative Commons beoogt met haar licentiesysteem de toegang tot auteursrechtelijk beschermde werken (op het internet) te bevorderen en kan in die zin als een zogenoemde open content-organisatie worden aangemerkt.

2.2 De relatie met de open source-beweging

Al sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw maken verschillende organisaties zich sterk voor de vrije verspreiding van de broncodes van computerprogramma’s. De twee meest bekende exponenten van deze zogenoemde open source-beweging zijn de Open Source Initiative (OSI) en de Free Software Foundation. Beide organisaties maken gebruik van licenties om deze doelstelling te bewerkstelligen. De licentie van de Free Software Foundation, de GNU General Public License (GPL-licentie), is de meest gebruikte open source-licentie.7

Deze doelstelling en het licentiesysteem maken de schatplichtigheid van Creative Commons aan de open source-beweging al duidelijk. Creative Commons verwijst ook expliciet naar de GPL-licentie als inspiratiebron. De open source-licenties zijn echter uitsluitend bedoeld voor software, terwijl de Creative Commons-licenties ontwikkeld zijn voor schrijvers, filmmakers, musici, fotografen, kortom voor alle werken die onder het auteursrecht vallen.8 De licenties zijn niet toegespitst op de specifieke vereisten van software-licensering en op de Creative Commons-site worden licentiegevers doorverwezen naar de GPL- (en LGPL-) licenties.

Daarbij zij opgemerkt dat de oprichters van de open source-organisaties vooral programmeurs en gebruikers van software waren die vanuit de invalshoek van gebruikers licenties hebben ontwikkeld voor medeprogrammeurs. Creative Commons daarentegen is opgericht door juristen. Een kleine groep juristen van Harvard Law School en Stanford Law School heeft de licenties ontwikkeld vanuit gevoelens van onvrede met het bestaande auteursrecht. Creative Commons is in de eerste plaats bedoeld om de bestaande wetgeving aan te vullen met een auteursrechtelijk licentiesysteem.

2.3 Het licentiesysteem van Creative Commons

Sinds haar ontstaan is Creative Commons wel gekarakteriseerd als een alternatief auteursrecht of een nieuwe auteursrechtelijke regeling9. Met die omschrijvingen wordt met name gedoeld op het feit dat de licenties de auteur de mogelijkheid bieden om bepaalde voorwaarden te stellen aan de verveelvoudiging en verspreiding van zijn of haar werk, voorwaarden die niet met zoveel woorden in auteurswetten vermeld staan en daarmee de indruk kunnen wekken dat zij de auteur aanvullende rechten verschaffen. Het licentiesysteem van Creative Commons beweegt zich echter nadrukkelijk binnen de bestaande auteursrechtelijke kaders. De rechten die aan de licentiegever worden toegekend volgen uit de volgens de auteurswet aan de maker toekomende exploitatierechten.

Het ‘alternatieve’ aspect van het licentiesysteem bestaat eruit dat de auteur specifieke voorwaarden kan stellen aan de exploitatie van zijn of haar werk die in overige licenties of auteurscontracten niet gesteld worden. Het stellen van de voorwaarde dat het werk wel of niet voor commerciële doeleinden mag worden gebruikt is bijvoorbeeld een voorwaarde dan wel recht van de auteur dat naar mijn weten in geen andere bestaande licentie dan wel auteurscontract voorkomt. De mogelijkheid voor de auteur om specifieke voorwaarden te stellen aan de exploitatie van zijn of haar werk komt in feite neer op een individueel rechtenbeheer dat overeenkomsten vertoont met het zogenoemde Digital Rights Management (DRM).10 Ook bij DRM-systemen is immers sprake van toegang tot auteursrechtelijk beschermde werken onder beperkende voorwaarden.

3. De Creative Commons-licenties

In het licentiesysteem staan de reeds genoemde zes standaardlicenties centraal11. In aanvulling op de standaardlicenties worden er steeds meer specifieke licenties ontwikkeld, zoals bijvoorbeeld een licentie voor sampling van onder meer muziek, film en fotografie die mede is ontstaan op initiatief van de Braziliaanse minister van Cultuur, Gilberto Gil, een bekende voorstander van Creative Commons. Ook is niet uitgesloten dat door andere landen dan de VS specifieke licenties worden ontwikkeld, bijvoorbeeld een licentie betreffende overheidsinformatie voor Europese landen waar overheidsinformatie in tegenstelling tot de VS door het auteursrecht wordt beschermd.

De licentieprocedure is eenvoudig. Een licentiegever selecteert op de website van Creative Commons de gewenste licentievariant, bevestigt de keuze en toetst een standaardformule in waarna op zijn of haar website een logo van Creative Commons zichtbaar wordt om aan te geven dat er een licentie op het werk van de licentiegever van toepassing is en wat die licentie inhoudt. De licenties kunnen ook van toepassing worden verklaard op werken die niet op het internet zijn gepubliceerd.

Van de Creative Commons-licentievarianten bestaan steeds drie versies: een vereenvoudigde versie voor niet-juristen, een juridische versie (de daadwerkelijke licentieovereenkomst) en een computer-leesbare versie.

3.1 De zes standaardlicenties

Voor alle licentievarianten geldt dat de licentienemers het in licentie gegeven werk om niet mogen reproduceren, opnemen in een of meerdere verzamelwerken, en het in de verzamelwerken opgenomen werk mogen reproduceren. Verder mogen zij exemplaren of geluidsopnames van het werk verspreiden, het werk in het openbaar tonen, op- en uitvoeren door middel van een digitale geluidsoverdracht van het werk, afzonderlijk en als deel van een verzamelwerk, en databanken opvragen en hergebruiken.

In de eerste versie (1.0) van de Creative Commons-licenties was de naamsvermelding van de auteur facultatief. Uit statistisch onderzoek is sindsdien gebleken dat rond de 98% van de licentiegevers de naamsverplichting verplicht stelde. Om praktische reden is in de latere versies (2.0 en 2.5) van de licenties de naamsvermelding in alle licenties verplicht gesteld.

Naast een aantal basisbepalingen kan de licentiegever kiezen uit drie facultatieve voorwaarden. Dat houdt in dat er uiteindelijk zes licentievarianten mogelijk zijn. Het gaat om de volgende voorwaarden:

No Derivative Works Geen afgeleide werken
De licentienemer mag geen bewerkingen van het in licentie gegeven werk maken.

Share Alike Gelijk delen

Overeenkomstig de bepalingen in open source-licentieovereenkomsten dient de licentienemer afgeleide werken van het in licentie gegeven werk onder dezelfde voorwaarden in licentie te geven aan derden.

nc (eu)Niet-commercieel

De licentienemer mag de verleende gebruiksrechten niet uitoefenen op een wijze die in de eerste plaats is bedoeld voor of gericht op zakelijk of persoonlijk financieel gewin.

De niet-commerciële bepaling is wellicht de voorwaarde die voor de meeste verwarring kan zorgen. Het is moeilijk om de precieze scheidslijn tussen de begrippen ‘niet-commercieel’ en ‘commercieel’ aan te geven. In de licenties wordt weliswaar specifiek bepaald dat bijvoorbeeld filesharing niet als een commerciële handeling wordt beschouwd zolang er geen financiële vergoeding plaatsvindt, maar er zijn meerdere situaties denkbaar waarbij het onderscheid onduidelijk is. Bijvoorbeeld wanneer een in licentie gegeven werk gebruikt wordt voor een reclame voor een non-profitorganisatie of voor de publieke omroep12.

De licenties bevatten verder basisbepalingen die voor alle licentievarianten gelden. Zo is onder meer bepaald dat een licentie onherroepelijk is en wordt verstrekt voor de duur van het auteursrecht. Een kanttekening kan worden geplaatst bij de geldigheid van het onherroepelijke en eeuwigdurende karakter van de licentie. Volgens het Nederlandse recht zijn de regels van het gewone overeenkomstenrecht van toepassing op de licentieovereenkomst en is de licentieovereenkomst te beschouwen als een duurovereenkomst.13 Het is denkbaar dat de eindeloze instandhouding van de licentieovereenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet altijd kan worden verlangd. Het meest voor de hand liggende voorbeeld is wellicht dat een beginnende schrijver onverwacht enorme successen boekt met een in licentie gegeven werk. Het zou voor de hem/haar zeer nadelig zijn als diverse licentienemers dat werk, al dan niet in bewerkte vorm, ook jarenlang zouden kunnen exploiteren. In een dergelijk geval kan opzegging op grond van artikel 6:258 BW niet uitgesloten worden.

4. De gebruikers van Creative Commons

4.1 De mogelijkheden

Een probleem bij veel huidige internetpublicaties is dat de auteursrechtelijke status van het gepubliceerde werk onzeker is. Het is niet zonder meer duidelijk bij wie de auteursrechten berusten en in hoeverre het werk bewerkt, verveelvoudigd en/of verspreid mag worden. De Creative Commons-licenties bieden in dit opzicht meer rechtszekerheid. De licentiegever behoudt te allen tijde de auteursrechten op het gepubliceerde werk en gebruik van het werk is toegestaan onder specifiek omschreven voorwaarden.

De rechtsgeldigheid van de Creative Commons-licenties wordt versterkt door het specifieke licentiesysteem van Creative Commons. De licenties zijn zo opgesteld dat zij binnen het bestaande auteursrechtelijke kader vallen en de oorspronkelijk Amerikaanse licenties zijn (in tegenstelling tot open source-licenties) omgezet naar licenties volgens het nationale recht van zoveel mogelijk landen wereldwijd14. De officiële (juridische) vertaling van de Amerikaanse licenties wordt verzorgd door ‘legal leads’ binnen de landen die verenigd zijn in een onderdeel van Creative Commons, de zogenoemde international Commons (iCommons)15. Voor Nederlandse gebruikers zijn licenties beschikbaar waarop het Nederlands recht van toepassing is.

Het feit dat de Creative Commons-licenties zich nadrukkelijk binnen het auteursrechtelijke kader bewegen heeft ook als voordeel dat geen aparte sanctionering is vereist. Het auteursrechtelijke sanctiesysteem blijft immers van toepassing.

Een vast onderdeel van de licenties is dat de gebruiksrechten zonder vergoeding worden verstrekt. Het niet-commerciële aspect van de licenties houdt in dat zij niet direct geschikt zijn voor mensen die onmiddellijk aan de in licentie gegeven werken willen verdienen. Zij zijn vooral interessant voor filmmakers, schrijvers, fotografen en musici die hun werk willen verspreiden om meer bekendheid te vergaren of een reputatie op te bouwen, en voor auteurs of organisaties die handelen zonder winstoogmerk en/of uit ideële overwegingen. De licenties zijn derhalve in de praktijk met name geschikt voor beginnende kunstenaars, non-profitorganisaties en overheidsorganisaties.

Ook zijn de Creative Commons-licenties interessant voor de archivering van oude werken dat sinds de komst van de cd-rom, het internet en online databanken een grote vlucht genomen heeft. Hierbij gaat het om werken van bijvoorbeeld kranten of tv-zenders die, behalve voor naslagdoeleinden, ook interessant zijn voor derden om op te nemen in een verzamelwerk of te bewerken ten behoeve van een nieuw werk. Zo heeft de BBC onlangs een digitaal archief van audio- en videomateriaal opengesteld (het ‘Creative Archive’) onder toepassing van een licentie die veel trekken vertoont van de Creative Commons-licenties en in samenwerking met Creative Commons is opgesteld.

4.2 De obstakels

Daarnaast zijn er verschillende groepen auteurs die geen Creative Commons-licentie op hun werk van toepassing kunnen verklaren omdat zij niet langer de vrije beschikking over hun auteursrechten hebben, bijvoorbeeld omdat die overgedragen zijn aan een collectieve rechtenorganisatie of in exclusieve licentie zijn gegeven aan een uitgever. Ook kunnen bijvoorbeeld artikel 7 Aw en artikel 12 ROW 1995 eraan in de weg staan dat een auteur zijn of haar werk verspreidt met behulp van een Creative Commons-licentie.

Muziekwerken zijn in beginsel buitengewoon geschikt om op het internet te publiceren met behulp van een Creative Commons-licentie. Vrijwel alle musici zijn echter aangesloten bij rechtenorganisatie Buma/Stemra en hebben een contract gesloten waarin zij hun exploitatierechten overdragen aan deze rechtenorganisatie. De overgedragen exploitatierechten hebben betrekking op zowel bestaand als toekomstig werk en op de exploitatie voor commerciële en niet-commerciële doeleinden. Het exploitatiecontract is een standaardcontract dat voor alle musici hetzelfde is en waarvan niet afgeweken kan worden.

Schrijvers en vertalers kunnen door uitgeefovereenkomsten met de uitgever ook belemmerd worden in de toepassing van een Creative Commons-licentie. Zo bepaalt het modelcontract tussen een schrijver van oorspronkelijk Nederlandstalig literair werk en de uitgever dat de auteur een exclusieve licentie met betrekking tot de exploitatierechten verleent aan de uitgever met uitsluiting van de auteur.16 Er is daardoor geen ruimte voor de auteur om het werk zelf te exploiteren met behulp van een Creative Commons-licentie. Vooral voor beginnende schrijvers die bovenal streven naar een groter publiek en daarmee meer naamsbekendheid zou een dergelijke exploitatievorm interessant kunnen zijn. In tegenstelling tot het zojuist genoemde standaardcontract van Buma/Stemra mag van modelcontracten voor uitgeefovereenkomsten wel afgeweken worden en heeft een auteur de mogelijkheid om te bedingen dat hij/zij bepaalde exploitatierechten zelf uitoefent. Wel is het zo dat juist een beginnende schrijver een zwakke onderhandelingspositie ten opzichte van de uitgever heeft, waardoor dit bezwaarlijk kan zijn.

Voor wetenschappelijke publicaties lijken de Creative Commons-licentie een geschikt instrument om informatie te verspreiden met behoud van auteursrechten (en/of andere intellectuele eigendomsrechten).Wetenschappelijk medewerkers willen liefst zoveel mogelijk publiceren in zoveel mogelijk media, de publicaties hebben niet in de eerste plaats een winstoogmerk en het is voor derden meteen duidelijk of en op welke wijze zij gebruik mogen maken van de verstrekte informatie. De on-line teksten en documenten van bijvoorbeeld onderzoeksinstituut CIER van de Universiteit Utrecht worden inmiddels gepubliceerd met toepassing van Creative Commons-licentie Attribution 1.0 (tenzij anders aangegeven). Problemen kunnen echter rijzen indien de auteursrechten bij de universiteit liggen (op grond van artikel 7 Aw) of bepaalde exploitatierechten bij een uitgever liggen. Hoewel doorgaans aangenomen wordt dat de auteursrechten op wetenschappelijk onderzoek aan de onderzoeker zelf toekomen, hoeft dat bijvoorbeeld bij een zeer specifieke onderzoeksopdracht niet het geval te zijn17. Op uitvindingen die onder het octrooirecht vallen is verder artikel 12 lid 3 ROW 1995 van toepassing als gevolg waarvan de octrooirechten op uitvindingen gedaan door een wetenschappelijk onderzoeker in dienst van een universiteit, hogeschool of onderzoeksinstelling toekomen aan de betrokken instelling18. In een dergelijk geval is publicatie met behulp van een Creative Commons-licentie uiteraard afhankelijk van de medewerking van de universiteit als octrooirechthebbende.

5. De Nederlandse Creative Commons-licenties

5.1 De omzetting van de licenties naar Nederlands recht

De omzetting van de Creative Commons-licenties naar de verschillende nationale rechtssystemen is gebaseerd op één hoofdregel: de licenties dienen wereldwijd zo uniform mogelijk te zijn, ofwel ze dienen zo veel mogelijk op de oorspronkelijke (Amerikaanse) licenties te lijken. Dit houdt in dat er geen ruimte is voor overwegingen van beleid bij de omzetting naar een ander rechtssysteem19. Dit heeft tot gevolg gehad dat de Nederlandse licenties in Amerikaanse stijl zijn opgesteld en bijvoorbeeld zeer uitgebreide aansprakelijkheidsbepalingen bevatten die in Nederlandse licentieovereenkomsten ongebruikelijk zijn.

Hieronder zal kort worden ingegaan op enkele veranderingen die zijn aangebracht in de Nederlandse versie van de Creative Commons-licenties (versie 2.0).

5.2 De Nederlandse Creative Commons-licenties

5.2.1 De toekomstige exploitatierechten

Artikel 3 van de Amerikaanse licenties bepaalt dat de licentienemer de gebruiksrechten mag uitoefenen ‘in all media and formats whether now known or hereafter devised’. Dit impliceert dat ook een gebruiksrecht op eventuele toekomstige exploitatierechten wordt verleend. Binnen het Nederlandse auteursrecht blijft het in licentie geven van toekomstige exploitatierechten een heikel punt. Artikel 2 lid 2 van de Auteurswet 1912 bepaalt dat de overdracht van auteursrechten beperkt is tot bevoegdheden die noodzakelijk voortvloeien uit de aard of strekking van de titel. Door rechtbanken is deze bepaling van oudsher uitgelegd in het voordeel van de auteur en daarmee in beperkte zin20. Volgens vaste rechtspraak is het in Artikel 2 lid 2 bepaalde van analoge toepassing op licenties21. In 1997 stelde de Amsterdamse rechtbank dat de toestemming tot exploitatie van de rechten van de auteur beperkt was tot die rechten die ten tijde van het geven van de toestemming voorzienbaar waren22. In casu betrof het rechten met betrekking tot digitale exploitatie (website en cd-rom). Deze rechten waren volgens de rechter niet voorzienbaar ten tijde van het aangaan van de freelance-overeenkomsten waarin toestemming tot exploitatie gegeven werd en om die reden niet vatbaar voor overdracht c.q. licentieverlening. In 2003 bevestigde de Haarlemse rechter dat de rechten die niet bekend waren ten tijde van de overdracht van exploitatierechten op grond van Artikel 2 lid 2 Aw niet onder de overdracht vallen23. In overeenstemming hiermee is in artikel 3 van de Nederlandse Creative Commons-licenties aangepast in de zin dat de rechten mogen worden uitgeoefend ‘met behulp van alle thans bekende media, dragers en formats’.

5.2.2 De aanvaarding van de licentieovereenkomst [kop 3]

Een licentieovereenkomst komt tot stand door aanvaarding van een aanbod (artikel 6:217 BW). In de Creative Commons-licentie is bepaald dat de licentienemer de licentievoorwaarden aanvaardt enkel door het uitoefenen van de in de licentie verleende rechten met betrekking tot het werk (tweede alinea preambule). De vraag is of een dergelijke aanvaardingshandeling voldoende is om een rechtsgeldige overeenkomst tot stand te brengen. Er is in Nederland op dit gebied weinig jurisprudentie, maar in 1995 heeft de Amsterdamse rechtbank wel uitspraak gedaan met betrekking tot een zgn. shrink wrap-licentieovereenkomst waarbij een licentienemer de licentievoorwaarden aanvaardde door het openen van de in krimpfolie verpakte licentieovereenkomst. De rechter stelde dat deze aanvaardingshandeling slechts tot het aangaan van een overeenkomst kon leiden indien (de inhoud van) de licentie op voorhand voldoende duidelijk kenbaar was gemaakt aan de licentienemer24. Het is bij Creative Commons-licenties denkbaar dat een gebruiker van een in licentie gegeven werk niet op de hoogte is van het feit dat dit werk door een Creative Commons-licentie wordt bestreken, bijvoorbeeld omdat de verwijzing naar de van kracht zijnde licentie niet goed zichtbaar is op de website waarop het betreffende werk is gepubliceerd. Om te voorkomen dat een ‘licentienemer’ geen kennis heeft genomen van de toepasselijke licentievoorwaarden is in de Nederlandse Creative Commons-licentieovereenkomsten uitdrukkelijk bepaald dat de inhoud van de licentie op voorhand voldoende duidelijk kenbaar dient te zijn gemaakt aan de licentienemer (tweede alinea preambule).

5.2.3 De morele rechten

Op de oorspronkelijke licenties is het Amerikaanse recht van toepassing en dientengevolge is er geen verwijzing naar de morele rechten van de maker opgenomen. De morele rechten kunnen bij de Nederlandse licenties wel degelijk een rol spelen en de vrijheid van opeenvolgende licentienemers beperken. Nu de naamsvermeldingsverplichting een vast onderdeel is van de meest recente versie van de licenties mag ervan worden uitgegaan dat de licentienemer na het sluiten van de licentieovereenkomst geen beroep meer zal doen op het recht om afstand te doen van het recht op naamsvermelding (krachtens artikel 25 lid 3 Auteurswet 1912 dan wel artikel 5 lid 3 Wet op de naburige rechten). Voor de duidelijkheid is echter uitdrukkelijk aangegeven dat wel van kracht blijft het niet voor afstand vatbare morele recht van de maker om zich te verzetten tegen elke misvorming, verminking of andere aantasting van het werk, welke nadeel zou kunnen toebrengen aan de eer of de naam van de maker of aan zijn waarde in deze hoedanigheid (artikel 25 lid 1 sub d Auteurswet 1912 dan wel artikel 5 lid 1 sub d Wet op de naburige rechten).

6. Afsluiting

Als reactie op huidige ontwikkelingen binnen het auteursrecht (in het bijzonder de verlenging van de beschermingsduur en de verminderde toegang tot beschermde werken door strengere regulering en de opmars van DRM) wil Creative Commons aan filmmakers, fotografen, musici etc. de mogelijkheid bieden om hun werk vrij te verspreiden via internet en op die manier het publieke domein te vergroten.

Voortbouwend op de beginselen van de open source-beweging heeft Creative Commons een licentiesysteem ontwikkeld dat functioneert binnen de kaders van het bestaande auteursrecht. Het reikt auteurs een alternatief instrument aan waarmee zij meer zeggenschap krijgen over de voorwaarden waaronder zij hun werk willen verspreiden onder behoud van alle auteursrechten om op die wijze de verspreiding van werken te bevorderen.

Met het huidige licentiesysteem dat werken zonder vergoeding ter beschikking stelt aan derden richt Creative Commons zich voornamelijk op beginnende kunstenaars die hun werk via internet willen verspreiden om zo meer bekendheid te krijgen en een reputatie op te bouwen. Sommige groepen (componisten, musici, schrijvers en/of wetenschappers) kunnen de licenties niet van toepassing verklaren op hun werk omdat (de gebruiksrechten op) de auteursrechten bij andere partijen berusten. Weer andere groepen worden door Creative Commons niet bereikt omdat het hun commerciële doeleinden niet dient. Ironisch genoeg vallen onder deze laatste groep mede de mediaconglomeraten bij wie veel (ongebruikte) auteursrechten berusten, juist de doelgroep die Creative Commons beoogde aan te pakken met het licentiesysteem.

De omzetting van de oorspronkelijk Amerikaanse licenties naar Nederlands recht heeft enkele veranderingen in de Nederlandse licenties tot gevolg gehad. De verstrekking van gebruiksrechten op toekomstige auteursrechten is beperkt in de Nederlandse licenties en ook is de aanvaardingshandeling van de licentieovereenkomst aangepast aan het Nederlandse verbintenissenrecht. Verder is een verwijzing naar de toepasselijke morele rechten opgenomen.

Creative Commons heeft met de standaardlicenties de mogelijkheid geboden tot een meer flexibel gebruik van het bestaande auteursrecht. Daarnaast is in toenemende mate sprake van de ontwikkeling van meer specifieke licenties, bijvoorbeeld met betrekking tot het ‘samplen’ van muziek. Ook is een nieuwe tak van Creative Commons in ontwikkeling, de zogenoemde ‘Science Commons’ die beoogt de publicatie van onder meer octrooirechtelijke publicaties te vergemakkelijken. Daarmee zal Creative Commons in de loop van 2006 haar toepassingsgebeid verder uitbreiden.

Nynke Hendriks, 2006

  1. De Nederlandse versie van de Creative Commons-licenties is ontworpen door Creative Commons Nederland, een samenwerkingsverband tussen het IViR,Waag Society en Kennisland).
  2. zie: creativecommons.org/weblog/archive/2005/03
  3. Ook wel de ‘Sonny Bono Copyright Term Extension Act’ genoemd, Public Law No. 105-298, 27 oktober 1998.
  4. US Supreme Court 15 January 2003 (01-618) (Eldred/ Ashcroft)
  5. De oprichters van Creative Commons zijn: James Boyle, Michael Carroll, Lawrence Lessig, Hal Abelson, Eric Saltzman en Eric Eldred.
  6. Het publieke domein is een van de kernbegrippen binnen Creative Commons. Het wordt door de oprichters omschreven als het ‘domein’ waar geen intellectuele eigendomsrechten op werken rusten en waar het iedereen vrij staat om gebruik te maken van andermans werken (meer informatie hier). Ervan uitgaande dat de Creative Commons-licenties het juist mogelijk maken om gebruik te maken van werken waar wél intellectuele eigendomsrechten op rusten, zal het begrip ‘publieke domein’ in dit artikel worden gebruikt als het ‘domein’ waar het gebruik van andermans werk is toegestaan.
  7. A.P. Meijboom, ‘Dossier open source,’ Computerrecht 2004, 32, p. 215-216, p. 215.
  8. Naast auteursrechtelijk beschermde werken zijn de Creative Commons-licenties ook van toepassing op uitvoeringen (Wet op de naburige rechten) en databanken (Databankenwet). Als in dit artikel verwezen wordt naar ‘werk’ en ‘maker’ kan ook gelezen worden ‘werk, uitvoering en/of databank’ en ‘maker, uitvoerend kunstenaar en/of databankproducent’.
  9. Zie onder meer creativecommons.org/about/history and www.sfgate.com
  10. Zie in dit verband: P.B. Hugenholtz, ‘De toekomst van het auteursrecht: DRM met een vriendelijk gezicht?’, in: De toekomst van het auteursrecht, Amsterdam: XS4ALL en Bits of Freedom 2004.
  11. In juni 2004 zijn de Nederlandse Creative Commons-licenties versie 1.0 geïntroduceerd. Deze zijn inmiddels vervangen door de Nederlandse Creative Commons-licenties versie 2.0. Dit artikel gaat uit van versie 2.0.
  12. Zie voor meer voorbeelden M. Pawlo, ‘What is the Meaning of Non-Commercial?’, in: International Commons at the Digital Age, Parijs: Romillat 2004, p. 69-82.
  13. Zie onder meer J.H. Spoor, D.W.F. Verkade en D.J.G. Visser, Auteursrecht, naburige rechten en databankenrecht, Deventer: Kluwer 2005, p. 436-438 hierna: Spoor/Verkade/Visser, Auteursrecht.
  14. Per 1 september 2005 zijn er officiële nationale versies van de Creative Commons-licenties beschikbaar in de volgende landen: Australië, België, Brazilië, Bulgarije, Canada, Chili, Duitsland, Filippijnen, Finland, Frankrijk, Israël, Italië, Japan, Kroatië, Nederland, Oostenrijk, Spanje, Taiwan, Verenigd Koninkrijk (Engeland en Wales), Zuid-Afrika en Zuid-Korea. Nationale licenties zijn in ontwikkeling in de volgende landen: Argentinië, China, Hongarije, Ierland, Jordanië, Maleisië, Mexico, Nigeria, Oekraïne, Slovenië, Verenigd Koninkrijk (Schotland), Zweden en Zwitserland.
  15. De legal leads voor Nederland zijn prof. mr. P. B. Hugenholtz (IViR) en de auteur van dit artikel. Zie voor meer informatie creativecommons.org/worldwide/
  16. Zie artikel 1 van ‘Modelcontract voor de uitgave van oorspronkelijk Nederlandstalig literair werk’, vastgesteld per 1 juli 2004 door de Literaire Uitgeversgroep (LUG) van de Groep Algemene Uitgevers (GAU) en de Vereniging van Letterkundigen (VvL) deel uitmakend van de Vereniging van Schrijvers en Vertalers (VSenV).
  17. Zie onder meer Spoor/Visser/Verkade, Auteursrecht, p. 47 en P.B. Hugenholtz, ‘Universiteit, wetenschap en auteursrecht. Een introductie’ in: Hugenholtz/Kabel/Schuijt (red.), Universiteit en auteursrecht, Amsterdam 1998.
  18. D.W.F. Verkade, ‘Academische vrijheid bedreigd?’, in: Hugenholtz/Kabel/Schuijt (red.), Universiteit en auteursrecht, Amsterdam 1998, p. 68.
  19. Dit is neergelegd in de richtlijnen van iCommons, het coördinerende lichaam binnen Creative Commons dat verantwoordelijk is voor de omzetting van de licenties wereldwijd, zie voor meer informatie http://creativecommons.org/worldwide/.
  20. Zie onder meer noot H. Cohen Jehoram bij Rb. Amsterdam 24 september 1997(Heg c.s./de Volkskrant), Informatierecht/AMI 1997/6, p. 194-197.
  21. Zie bijv. HR 29 juni 1923, NJ 1923, 1169, HR 27 mei 1938, NJ 1938, 1095 en HR 23 mei 1952, NJ 1952, 438. Verg. ook art. 9 WNR en noot H. Cohen Jehoram bij de in de vorige voetnoot genoemde uitspraak.
  22. Rb. Amsterdam 24 september 1997(Heg c.s./de Volkskrant), Informatierecht/AMI 1997/6, p. 194-197, m.nt. H. Cohen Jehoram.
  23. Rb. Haarlem 3 december 2003 (FC Knudde), AMI 2004-3, p. 112-113, m. nt. P.B. Hugenholtz.
  24. Rb. Amsterdam 24 mei 1995 (Coss/TM Data), Computerrecht 1997/2, p. 63-65.

Leave a Reply