Promovendus TU/e publiceert proefschrift met Creative Commons

Yannick HMadoun, 31 januari, 2013

Jaarlijks leveren honderden promovendi een proefschrift af. Als resultaat van hun academische zweet is het veelal de kers op de taart van een lang universitair curriculum. Ook de wetenschappelijke waarde van deze werken mag niet onderschat worden. Spijtig genoeg wordt al deze kennis na publicatie vaak hermetisch afgesloten door wetenschappelijke uitgeverijen. De toegang wordt beperkt door hoge abonnementsgelden, het verbod op parallele publicaties of auteursrechtelijke overeenkomsten. En dat terwijl het werk van de meeste promovendi toch gefinancierd wordt door gemeenschapsgelden. Gelukkig hoeft het niet steeds zo te gaan.

De laatste jaren zien we in de academische wereld een interessante verschuiving naar Open Access. Onder Open Access verstaan we het onmiddellijk, gratis en onbelemmerd delen van wetenschappelijke publicaties en resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Het doel van deze aanpak is de zichtbaarheid en verspreiding te verhogen en daarmee ook verder onderzoek te katalyseren. Om iets volgens de Open Access filosofie te publiceren, liggen er doorgaans twee wegen open. Of je geeft het artikel vrij via een eigen website of repository, of je publiceert in een zogenaamde ‘Open Access Journal’. Omwille van het groter publieksbereik en bepaalde mate van kwaliteitscontrole geniet de tweede weg de voorkeur. Hoewel het proces van Open Access uitgeven nog niet helemaal op punt staat – zo zoekt men nog naar efficiënte business modellen – lijkt het toch om een onomkeerbare tendens te gaan.

Spherical circle-coverings and geodesic by fdecomite, on Flickr
Creative Commons Attribution 2.0 Generic License  by  fdecomite 

Vrije toegang tot wetenschappelijke werken kunnen we alleen maar aanmoedigen, maar het is mogelijk om nog een stap verder te gaan. De huidige Open Access-beweging richt zich immers enkel op toegang en niet zozeer op hergebruik. Binnen de academische wereld zijn er weliswaar enkele wettelijke excepties die hergebruik binnen de grenzen van onderzoek en onderwijs vergemakkelijken, maar dit heeft weinig nut buiten deze strak omlijnde grenzen. Maxim Hendriks, een promovendus aan de TU Eindhoven, begrijpt dat er ook mensen gebaat kunnen zijn bij meer mogelijkheden tot hergebruik buiten het eiland dat gecreëerd wordt door de juridische exceptie. Om dit op te lossen, heeft hij zijn proefschrift met een Creative Commons licentie vrijgegeven. Hij kiest hierbij voor de meeste vrije licentie, CC-BY, waardoor iedereen zijn werk kan onderzoeken, verspreiden, exploiteren en hergebruiken zonder dat zijn toestemming nodig is. De enige voorwaarde is dat hij vermeld wordt als originele auteur als zijn werk gebruikt wordt.

De TU/e heeft al een sterk Open Access beleid waarbij elk proefschrift gratis en online te raadplegen is, maar Hendriks is de eerste promovendus die de stap naar totale openheid zet met Creative Commons. In Nederland is een vrij publicatiebeleid nog maar weinig geïnstitutionaliseerd, in bepaalde overzeese universiteiten staan ze al een paar stappen verder op dit gebied. Academische instellingen kunnen hier nochtans gemakkelijk een bijdrage leveren door voor begeleiding en ondersteuning te zorgen.

Een basisvoorwaarde van deze ondersteuning is dat academische instellingen uitgavecontracten met exclusiviteitsclausules moeten verbieden. Exclusiviteitsclausules zorgen ervoor dat een artikel maar eenmaal uitgegeven wordt. Wanneer de instelling of auteur het artikel op internet beschikbaar wil stellen is toestemming van de uitgever  of een afkoopsom nodig. Door standaardovereenkomsten te voorzien van clausules om parallelle publicatie toe te laten, kunnen academische instellingen ervoor kiezen om bijvoorbeeld op later tijdstip artikelen onder een open licentie of Open Access alsnog te publiceren.

Creative Commons Nederland staat altijd klaar om vragen over licenties, Open Access en overeenkomsten te beantwoorden en hoopt dat meer wetenschappers het voorbeeld van Hendriks volgen.

Leave a Reply